Chemotherapie kan klachten geven aan de huid van de handen en de voeten. De bekendste is het hand-voetsyndroom (HVS): een rode, gezwollen en pijnlijke huid van de handpalmen en de voetzolen.

Met goede voorzorg en vroeg melden blijven de klachten vaak beperkt. Op deze pagina lees je hoe het hand-voetsyndroom ontstaat, hoe je het herkent, wat je zelf kunt doen, wat je arts kan doen en wanneer je je behandelteam belt.

Krijg je doelgerichte therapie? Lees dan de pagina over de hand-voet-huidreactie (HVHR).

Folder om te downloaden en te printen:
Folder Hand-voetsyndroom en hand-voet-huidreactie

Wat is het hand-voetsyndroom?

Het hand-voetsyndroom is een vrij veelvoorkomende huidreactie op chemotherapie. Een andere naam is palmoplantaire erytrodysesthesie. Het is een pijnlijke ontsteking van de huid van de handpalmen, de voetzolen of beide.

Het hand-voetsyndroom is niet levensbedreigend. Het kan erg pijnlijk zijn en lopen, iets vastpakken en jezelf verzorgen moeilijker maken. Soms is het voor je oncoloog een reden om de dosis te verlagen of de behandeling te onderbreken.

Het hand-voetsyndroom is meer dan een droge huid. De eerste tekenen, roodheid en schilfers, lijken op gewone droogte. Zonder aanpak kan het overgaan in blaren, kloven en pijnlijke wonden. Daarom is het belangrijk de klachten vroeg te herkennen en te melden.

Bij welke medicijnen en bij wie?

Hoe groot de kans is, hangt af van het medicijn, de dosis en de duur van de behandeling. Het hand-voetsyndroom komt het vaakst voor bij capecitabine, 5-fluorouracil (5-FU), tegafur, gepegyleerd liposomaal doxorubicine, docetaxel en cytarabine. Minder vaak komt het voor bij paclitaxel, hydroxycarbamide, methotrexaat, cyclofosfamide en vinorelbine.

Bij capecitabine krijgen 22 tot 77 van de 100 mensen het hand-voetsyndroom. Bij docetaxel zijn dat er 40 tot 53 van de 100, bij liposomaal doxorubicine tot 48 van de 100. Bij 5-FU via het infuus gaat het om 3 tot 18 van de 100 mensen, vaker als het medicijn continu wordt toegediend.

De kans is ook groter als je het medicijn continu krijgt, als je in totaal een hoge dosis krijgt en als je chemotherapie wordt gecombineerd met bevacizumab.

Een hogere leeftijd, vrouw zijn, diabetes en polyneuropathie (minder gevoel door zenuwschade) vergroten de kans. Dat geldt ook voor een huid- of nagelaandoening aan je handen of voeten die je vóór de start al had.

Hoe ontstaat het?

Hoe het hand-voetsyndroom precies ontstaat, is nog niet helemaal duidelijk. In de handpalmen en de voetzolen zitten veel zweetklieren. Het medicijn komt via het bloed in de huid en hoopt zich waarschijnlijk op in die zweetklieren.

Doorsnede van de huid: het medicijn komt via de bloedvaten en de zweetklieren in de huid

Vanuit de zweetklieren beschadigt het medicijn de huidcellen eromheen. Die huidcellen delen snel en zijn daardoor extra gevoelig voor chemotherapie. Druk, wrijving en warmte maken de reactie sterker, bijvoorbeeld bij lang lopen of staan.

Hoe ziet het eruit?

Het hand-voetsyndroom begint meestal met een doof gevoel, tintelingen of brandende pijn aan de handpalmen en de voetzolen. Je huid kan ook gevoelig zijn bij aanraking. Daarna ontstaat een egale, scherp begrensde roodheid, met of zonder zwelling. Vaak zijn beide handen of beide voeten op dezelfde manier aangedaan. De huid kan droog worden, schilferen en vervellen.

Later kunnen kloven, blaren en wondjes ontstaan, en kunnen huid en nagels geïnfecteerd raken. In de ergste vorm lukt lopen bijna niet meer door pijn, zwelling, kloven en wonden. De klachten beginnen dagen, weken of maanden na de start van de chemotherapie. Na het stoppen verdwijnen ze geleidelijk.

Bij docetaxel en paclitaxel bestaat een zeldzame vorm van het hand-voetsyndroom. Die zit op de rug van de handen, rond de enkels en rond de achillespees, soms met een nagel die loslaat. Deze vorm heet het PATEO-syndroom.

Hoe ernstig het wordt, verschilt per persoon. Artsen delen de ernst in drie graden in, volgens de internationale indeling CTCAE versie 6.0.

GraadWat je ziet en voeltWat het betekent voor je dagelijks leven
1Lichte roodheid of zwelling, soms met wat eelt. Geen pijn. Soms jeuk of een licht branderig gevoel.Geen beperkingen.
2Roodheid en zwelling met pijn. Soms vervelling, blaren, kloven of bloedinkjes.Koken, boodschappen doen en andere dagelijkse bezigheden gaan moeilijker.
3Ernstige huidafwijkingen met pijn, zoals blaren, kloven, bloedingen of vervelling.Je hebt hulp nodig bij jezelf verzorgen, zoals wassen, aankleden, eten of naar het toilet gaan.

Tekening van handen en voeten met het hand-voetsyndroom graad 1: lichte roodheid van handpalmen en voetzolen Tekening van handen en voeten met het hand-voetsyndroom graad 2: roodheid met kloofjes Tekening van handen en voeten met het hand-voetsyndroom graad 3: felle roodheid met kloven

Van links naar rechts: graad 1, graad 2 en graad 3.

De ernst bepaalt of je behandeling tijdelijk wordt gestopt, de dosis wordt verlaagd of een andere behandeling wordt gekozen. Op de poster Hand-voetsyndroom zie je de drie graden met bij elke graad wat je doet: bij graad 1 smeer je vaak en meld je het, bij graad 2 bel je je behandelteam en bij graad 3 bel je vandaag nog.

Hoe kun je het voorkomen of beperken?

Met goede voorzorg kun je de kans op het hand-voetsyndroom en de ernst ervan verkleinen. Begin daarmee vóór de eerste kuur.

Laat je handen en voeten vóór de eerste kuur nakijken. Eelt, drukplekken, wondjes, schimmel en huidaandoeningen zoals psoriasis en eczeem worden het liefst vooraf behandeld. Meer hierover lees je op de pagina Voetzorg tijdens en na de behandeling tegen kanker.

Smeer je handen en voeten vanaf de start drie keer per dag in met een crème met 10% ureum. Wrijf niet hard en kies een crème zonder parfum en zonder alcohol. Smeer daarnaast na elke wasbeurt en tussendoor royaal met een vette crème zonder parfum. Welk middel bij welke klacht past, lees je op de pagina Welke crème wanneer.

Bij een kort infuus met docetaxel, paclitaxel of liposomaal doxorubicine kan het behandelteam je handen en voeten koelen. Je draagt dan bevroren handschoenen en sokken vóór, tijdens en na het infuus. In onderzoek gaf dat minder vaak en minder ernstige klachten.

Tekening van iemand die een infuus krijgt en bevroren handschoenen en sokken draagt

Door de kou trekken de bloedvaten samen. Er komt dan minder van het medicijn in je handen en voeten. Het koelen gebeurt in het ziekenhuis, door je behandelteam.

Koelen kan niet bij oxaliplatine en niet bij chemotherapie in tabletvorm. Ook als je het fenomeen van Raynaud hebt (vingers of tenen die bij kou wit worden), kan het niet. Je behandelteam beslist of koelen bij jou mogelijk is, dus vraag ernaar vóór de eerste kuur.

Wat kun je zelf doen?

Bekijk je handen en voeten elke dag en doe iets bij de eerste veranderingen. Zorg dat je huid zo weinig mogelijk te verduren krijgt: weinig druk, wrijving, warmte en vocht, en vaak smeren. Op de poster staan vier stappen voor elke dag: kijk, smeer, ontlast en bescherm.

  • Houd je huid schoon en smeer na elke wasbeurt en tussendoor.
  • Draag schoenen die niet knellen, zonder hoge hakken en met zachte zolen.
  • Vermijd lang lopen, zwaar werk met je handen, zoals schoonmaken en klussen, en strakke kleding of sieraden.
  • Draag werkhandschoenen bij klussen. Draag bij nat werk vinyl handschoenen een maat groter, met witte katoenen handschoenen eronder.
  • Draag sokken van 100% katoen. Ze nemen vocht op en helpen schimmel en een verweekte huid te voorkomen. Droog je vingers en tenen goed af na wassen, douchen en zwemmen.
  • Vermijd hete hand- en voetbaden en de sauna: warmte maakt de klachten erger.
  • Bescherm je handen en voeten tegen extreme kou met handschoenen en pantoffels.
  • Verzorg wondjes aan je huid en rond je nagels, en vraag je oncologieverpleegkundige om advies.

Vijf pictogrammen: een ruime schoen, een katoenen sok, crème, een handschoen en een doorgestreept heet voetbad

Je huid is tijdens en na de behandeling gevoeliger voor zon. Blijf zo veel mogelijk uit de zon en ga niet onder de zonnebank. Gebruik in de zon een zonnebrandmiddel met een hoge beschermingsfactor.

Twee doorsneden van de huid: zonder zonnebrandmiddel dringen uv-stralen de huid in, met zonnebrandmiddel worden ze teruggekaatst

Gebruik geen biotine of andere supplementen voor huid, haar en nagels. Het nut is niet aangetoond, biotine kan bloedtesten verstoren en supplementen kunnen je behandeling beïnvloeden. Vitamine B6 (pyridoxine) hielp in goed opgezet onderzoek niet tegen het hand-voetsyndroom. Overleg met je arts voordat je supplementen of medicijnen zonder recept gebruikt. Laat je ook niet leiden door het woord natuurlijk op verzorgingsproducten. Zulke producten zijn niet veiliger of werkzamer dan gewone producten.

Bij de pedicure, manicure of schoonheidsspecialist

Snijd niet zelf eelt of vellen weg. Overleg met je behandelteam of je medisch pedicure oncologie: een medisch pedicure met een aanvullende opleiding in oncologische voetzorg. Vertel ook je pedicure, manicure of schoonheidsspecialist dat je wordt behandeld tegen kanker.

Bij het hand-voetsyndroom wordt een rode of kwetsbare huid niet met instrumenten behandeld. Wat de voetzorg kan doen, hangt af van de graad:

  • Vóór de start kan een medisch pedicure eelt en drukplekken behandelen en je adviseren over schoenen en een crème met ureum.
  • Bij graad 1 en 2 kun je terecht bij een medisch pedicure oncologie. Die vermindert druk en wrijving, beschermt je huid en legt je klachten vast. Tijdens een kuur behandelt een gewone medisch pedicure je niet.
  • Bij graad 2 is er altijd contact met je behandelteam.
  • Bij graad 3 word je dezelfde dag naar je behandelteam verwezen.

De podotherapeut kan de stand van je voeten en de druk beoordelen en zorgen voor schoenadvies of zolen. Een manicure vijlt of knipt niet bij een rode, pijnlijke huid. Bij het hand-voetsyndroom krijg je geen hand- of voetmassage. Lees meer op de pagina Voetzorg.

Behandeling en vragen voor je behandelteam

Het hand-voetsyndroom is meestal tijdelijk. De klachten verdwijnen geleidelijk na het einde van de chemotherapie.

Bij lichte klachten gaat de chemotherapie meestal in dezelfde dosis door. Je smeert dan goed, bij schilfers met een crème met 10% ureum. Bij matige klachten beslist je oncoloog of de behandeling even stopt of de dosis omlaag gaat. Je arts kan een sterke hormooncrème (corticosteroïd) voorschrijven. Tegen de pijn kan een crème met lidocaïne helpen. Na ongeveer twee weken kijkt het behandelteam opnieuw.

Er zijn ook middelen voor op de huid die eelt verminderen of bacteriën bestrijden. Open huid kan worden gesloten met vloeibare pleister. Tegen de pijn kun je paracetamol nemen, in overleg met je behandelteam.

Bij ernstige klachten stopt de chemotherapie tijdelijk, tot de klachten zijn afgenomen. Soms moet de dosis omlaag of kiest de arts een andere behandeling. De arts kan dan een zeer sterke hormooncrème voorschrijven, en ook medicijnen tegen pijn of zwelling. Bij een infectie kan de arts een kweek afnemen en antibiotica voorschrijven.

Vroeg melden en behandelen kan helpen voorkomen dat je behandeling tegen kanker moet worden aangepast of onderbroken. Deze vragen kun je je behandelteam stellen:

  • Kan mijn behandeling het hand-voetsyndroom geven, en wanneer kan ik klachten verwachten?
  • Welke crème gebruik ik, en vanaf wanneer?
  • Kunnen mijn handen en voeten tijdens het infuus worden gekoeld?
  • Wie bel ik als ik iets ongewoons zie, en wat is het spoednummer?
  • Wat betekent het hand-voetsyndroom voor mijn behandeling tegen kanker?

Wanneer bel je je behandelteam?

Tijdens de behandeling bel je je behandelteam. Is je behandeling al langer geleden afgerond? Bel dan je huisarts.

Bel direct het spoednummer van je behandelteam bij koorts of koude rillingen tijdens of kort na een chemokuur.

Gebruik je capecitabine (tabletten) en worden je handen of voeten rood, gezwollen of pijnlijk? Bel dan meteen. Volg de bijsluiter en de afspraken met je behandelteam.

Bel vandaag nog bij:

  • blaren, open wonden of bloedingen aan je handpalmen of voetzolen
  • tekenen van infectie, zoals roodheid die toeneemt, warmte of pus
  • zoveel pijn dat je hulp nodig hebt bij wassen of aankleden

Bel je behandelteam bij kloven, of pijn die het lopen of het gebruik van je handen hindert.

Heb je lichte klachten die niet verbeteren, of klachten die erger worden? Meld het aan je behandelteam. Wacht niet tot ze ernstig zijn.

Folders en posters om te downloaden

Dr. Annemie Galimont maakte bij dit onderwerp een folder en een poster. Je mag ze gratis downloaden, printen en meenemen naar je behandelteam.

  • Folder Hand-voetsyndroom en hand-voet-huidreactie (pdf, 3 blz.): wat het hand-voetsyndroom en de hand-voet-huidreactie zijn, bij welke medicijnen ze voorkomen, de drie graden, de adviezen om je handen en voeten te beschermen en wat je doet bij klachten. Vertaald en bewerkt naar de patiëntenfolder van de EADV Task Force Dermatology for Cancer Patients.
  • Poster Hand-voetsyndroom (pdf, 1 blz.): de drie graden, de vier stappen voor elke dag en wat je beter niet doet, op één blad.
  • Folder Welke crème wanneer (pdf, 2 blz.): welke crème of zalf je gebruikt bij een droge huid, kloven, het hand-voetsyndroom, de hand-voet-huidreactie en andere huidklachten.
  • De HuidWijzer (pdf, 33 blz.): alle klachten van huid, nagels en voeten bij een behandeling tegen kanker in één overzicht, met een hoofdstuk over het hand-voetsyndroom en de hand-voet-huidreactie.

Bronnen: folder Hand-voetsyndroom en hand-voet-huidreactie, folder Welke crème wanneer, poster 07, Richtlijn Medisch Pedicure Oncologie (hoofdstuk hand-voetsyndroom) en De HuidWijzer, hoofdstuk 6 (Huidopleiding, 2026). E-book Oncologische huidzorg ontcijferd, hoofdstuk 8, 10 en 12 (Huidopleiding, 2026). CTCAE versie 6.0 (National Cancer Institute, 2025). Lacouture ME, et al. ESMO Clinical Practice Guidelines dermatological toxicities. Ann Oncol 2021;32(2):157-170.

Laatst inhoudelijk gecontroleerd: oktober 2026, door dr. Annemie Galimont, dermatoloog.

Artikelen in Hand-voetsyndroom (HVS)