Veel behandelingen tegen kanker kunnen de nagels van je vingers en tenen veranderen. Dat geldt voor chemotherapie en doelgerichte therapie, en soms voor immunotherapie.

De meeste veranderingen zijn onschuldig en groeien na de behandeling uit. Sommige doen pijn, raken ontstoken of hinderen je bij het lopen en bij het gebruik van je handen. Op deze pagina lees je hoe een nagel is opgebouwd, waarom hij verandert, welke veranderingen je kunt zien, hoe ernstig ze zijn en wanneer je je behandelteam belt.

Folder om te downloaden en te printen:
Folder Nagelveranderingen door behandelingen tegen kanker

Hoe is een nagel opgebouwd?

Een nagel bestaat uit verschillende delen:

  • de nagelplaat: het harde oppervlak
  • de lunula: het witte halvemaantje
  • het nagelbed: de huid onder de nagel
  • de nagelriem: het randje huid op de nagel
  • de nagelmatrix: hier wordt de nagel gemaakt
  • de nagelwallen: de huid rond de nagel

Tekening van de opbouw van de nagel: nagelplaat, lunula, nagelriem, nagelwallen, nagelbed en nagelmatrix

De nagelplaat bestaat uit keratine, een huideiwit, en uit afgeplatte huidcellen. Ze wordt gemaakt in de nagelmatrix, onder de nagelriem, en ligt vast op het nagelbed. Omdat er in de nagelplaat geen levende cellen zitten, doet knippen geen pijn.

De nagelriem is een dun laagje huid op de nagelplaat. Hij sluit de ruimte tussen de huid en de nagel af en beschermt je nagels tegen bacteriën en schimmels. Daarom laat je de nagelriem heel.

Op de poster Hoe zit een nagel in elkaar zie je de delen van de nagel in een tekening, met wat de behandeling aantast en waarom herstel zo lang duurt.

Waarom veranderen de nagels?

Behandelingen tegen kanker richten zich op cellen die snel delen. Dat zijn kankercellen, en ook gezonde cellen die snel groeien, zoals de cellen van de huid, het haar en de nagels. Wordt de celdeling in de nagelmatrix geremd, dan ontstaan zwakke plekken, verkleuringen, breuken en irritatie.

Chemotherapie tast vooral de nagelmatrix en het nagelbed aan. Schade aan de matrix geeft ribbels, groeven, witte lijnen en broze nagels. Schade aan het nagelbed geeft verkleuring, bloedinkjes en loslaten van de nagel.

Doelgerichte therapie tast vooral de nagelwallen aan. Die worden rood, dik en pijnlijk.

Immunotherapie zet je eigen afweer aan. Die kan soms ook de nagels raken. De nagels gaan dan lijken op nagels bij psoriasis.

Schade aan een nagel wordt pas na weken zichtbaar, omdat een nagel langzaam groeit. Daarom zie je een verandering vaak pas enige tijd na een kuur.

Welke behandelingen geven nagelveranderingen?

Niet elk medicijn tegen kanker geeft even vaak nagelveranderingen. Welke verandering ontstaat, hangt af van het medicijn, de dosis en de duur van de behandeling. Doelgerichte therapie geeft het vaakst veranderingen aan de nagel en de huid rond de nagel.

Bij chemotherapie geven vooral de taxanen docetaxel en paclitaxel nagelveranderingen. Bij docetaxel gaat het om 3 tot 4 op de 10 mensen. De nagels kunnen donker verkleuren, bloedinkjes krijgen en loslaten. Ook anthracyclines, zoals doxorubicine, geven nagelklachten. Broze nagels kunnen bij elke chemotherapie ontstaan.

Bij doelgerichte therapie geven vooral EGFR-remmers en MEK-remmers een pijnlijke ontsteking van de nagelwal (paronychia), soms met wild vlees. Voorbeelden zijn cetuximab, panitumumab, erlotinib, gefitinib, afatinib, osimertinib en trametinib. Bij EGFR-remmers krijgt bijna 2 op de 10 mensen zo'n ontsteking. Een ernstige ontsteking komt bij minder dan 2 op de 100 mensen voor.

Sorafenib, sunitinib en cabozantinib kunnen kleine bloedinkjes onder de nagels geven. FGFR-remmers kunnen de nagel laten loslaten of uitvallen.

Immunotherapie met immuuncheckpointremmers geeft soms nagelveranderingen, zoals putjes, ribbels en loslaten van de nagel. Ook kan er een ontsteking rond de nagel en het nagelbed ontstaan.

In de tabel staan de medicijnen die het vaakst worden gebruikt en de nagelveranderingen die ze kunnen geven. Staat jouw medicijn er niet bij, vraag het dan aan je behandelteam. Dezelfde informatie vind je kort samengevat op de poster Welk medicijn geeft welke nagelverandering.

Wat je zietMedicijnen
Loslaten van de nagelplaatcapecitabine, docetaxel, doxorubicine, eribuline, etoposide, ixabepilon, mercaptopurine, methotrexaat, mitoxantron, paclitaxel, immuuncheckpointremmers, FGFR-remmers
Verlies van de nagelplaatdocetaxel, paclitaxel, FGFR-remmers
Bloeding onder de nagelplaatdocetaxel, paclitaxel, sorafenib, sunitinib, cabozantinib
Verkleuring van de nagelplaatbleomycine, cyclofosfamide, dacarbazine, daunorubicine, docetaxel, doxorubicine, erlotinib, etoposide, fluorouracil, gefitinib, idarubicine, imatinib, lapatinib, melfalan, paclitaxel, panitumumab en andere
Infectiesdocetaxel, eribuline, erlotinib, gefitinib, lapatinib, paclitaxel, panitumumab, cetuximab, osimertinib, afatinib
Roodheid en zwelling van de huid rond de nageleribuline, erlotinib, gefitinib, lapatinib, panitumumab, trametinib, cetuximab, osimertinib, afatinib, binimetinib, ibrutinib
Broze nagelsalle chemotherapie
Putjes, ribbels en kloofjes in het nageloppervlakimmuuncheckpointremmers

Welke veranderingen kun je zien?

Verschillende veranderingen kunnen tegelijk voorkomen, aan één nagel of aan meer nagels. Een nagel kan ook veranderen door een schimmel, psoriasis of een beschadiging. Bij twijfel beoordeelt je arts wat de oorzaak is. De poster Nagelveranderingen in beeld laat alle veranderingen hieronder in tekeningen zien.

Broze, brokkelige nagels: de nagelplaat wordt zwakker en minder soepel, brokkelt gemakkelijk af en splijt. Soms schilfert de nagel in laagjes af of wordt hij hol, als een lepeltje. Meestal doet dat geen pijn. Na het einde van de behandeling worden de nagels geleidelijk weer steviger.

Tekening van drie nagels die splijten of afbrokkelen aan de rand

Witte verkleuring: als de cellen in de nagelmatrix niet goed uitrijpen, ontstaan witte dwarse banden of vlekjes. Soms wordt een hele nagel wit. Dit is onschuldig. De verkleuring groeit met de nagel mee naar voren en verdwijnt geleidelijk.

Tekening van vier nagels met witte vlekjes, witte strepen en een helemaal witte nagel

Ribbels en lijnen: de groei van de nagel valt tijdelijk stil, bijvoorbeeld bij elke kuur. Daardoor ontstaan ribbels of dwarse groeven in de nagelplaat (lijnen van Beau). Elke groef laat zien wanneer de nagel even minder werd aangemaakt. Ze zijn onschuldig en verdwijnen als de nagel is uitgegroeid.

Tekening van vier nagels met putjes, ribbels en dwarse groeven

Nagel laat los: de nagelplaat komt los van het nagelbed (onycholyse), meestal vanaf de vrije rand. Dit is tijdelijk. Het kan pijn doen en geeft meer kans op een infectie, omdat er een opening onder de nagel ontstaat. Zonlicht kan het loslaten erger maken. Bij taxanen gaat het loslaten soms samen met roodheid rond de gewrichten van de hand, bij de duimmuis of rond de enkels.

Tekening van twee nagels waarvan de nagelplaat loskomt van het nagelbed

Verlies van de nagel: soms komt de nagelplaat helemaal los en valt de nagel uit. Het loslaten kan ook beginnen bij de nagelriem, met een dwarse breuk door de hele nagel. Er groeit een nieuwe nagel terug. Ook dit kan pijn doen en geeft meer kans op een infectie.

Tekening van twee vingers waarvan de nagel is uitgevallen

Donkere verkleuring: de nagel kan bruin of zwart kleuren, in strepen, in banden of over de hele nagel. Dat komt doordat de pigmentcellen in de nagelmatrix tijdelijk meer pigment maken. Meestal is dat tijdelijk, soms blijvend. Een donkere nagellak kan de verkleuring bedekken. Laat een nieuwe donkere streep in één nagel, of een streep die breder wordt of verandert, altijd door een arts beoordelen. Meer over verkleuringen lees je op de pagina Kleurveranderingen.

Tekening van drie nagels met donkere strepen, donkere banden en een egaal donkere nagel

Bloeduitstorting onder de nagel: in het nagelbed kunnen kleine bloedinkjes ontstaan. Je ziet ze als dunne rode of bruine streepjes in de lengterichting van de nagel. Stoten maakt ze erger. Een grotere bloeding onder de nagel doet vaak pijn en geeft meer kans op een infectie.

Tekening van twee nagels met rode vlekjes en streepjes onder de nagel

Groene verkleuring: een groene tot bruinzwarte kleur onder een loslatende nagel past bij een infectie met een bacterie. Houd de nagel droog en neem contact op met je behandelteam.

Ontsteking van de nagelwal: de huid rond de nagel van een vinger of teen is rood en gezwollen (paronychia), vaak met schilfers eromheen. Dit kan veel pijn doen en je dagelijkse bezigheden beperken. De ontsteking wordt gemakkelijk aangezien voor een ingegroeide nagel. Een ontsteking die lang aanhoudt, kan een nagel geven die verkleurd is en slecht uitgroeit.

Tekening van drie nagels met een rode, gezwollen nagelwal, van licht tot ernstig

Wild vlees (pyogeen granuloom): een goedaardig, rood bolletje dat snel groeit en gemakkelijk bloedt. Het kan nat zijn en hinder geven. Het ontstaat vaak aan de zijkant van de nagelwal, meestal bij de grote teen.

Putjes, ribbels en kloofjes in het nageloppervlak: deze ontstaan vooral bij immunotherapie, soms met een gele verkleuring of verdikking onder de nagel. De nagels lijken dan op nagels bij psoriasis. Vaak heb je dan ook een huiduitslag. Lees meer op de pagina Huidklachten bij immunotherapie.

Verkleurde, dikke of loslatende nagels lijken op een schimmelnagel. Bij mensen die tegen kanker worden behandeld, komen zulke veranderingen meestal door de behandeling. Een middel tegen schimmel helpt dan niet.

Een schimmel zit meestal aan één of enkele nagels en was er vaak al vóór de behandeling. Veranderingen door de behandeling zitten aan meer nagels tegelijk en volgen de kuren. Twijfel je, vraag dan je huisarts of behandelteam om schimmelonderzoek.

Hoe ernstig zijn de veranderingen?

Artsen delen nagelveranderingen in drie graden in. De graad bepaalt welke behandeling nodig is en wie je helpt.

  • Graad 1: de verandering doet geen pijn. Bijvoorbeeld een donkere of witte verkleuring, ribbels, lijnen van Beau, broze nagels, kleine bloedinkjes zonder pijn, of een lichte ontsteking van de nagelwal.
  • Graad 2: de nagel laat los zonder veel pijn, ook als er een bloedinkje onder zit, of er is een matige ontsteking van de nagelwal.
  • Graad 3: de verandering doet pijn en beperkt je in je dagelijks leven. Bijvoorbeeld een nagel die loslaat met pijn, bloed of pus, een ernstige ontsteking van de nagelwal, of wild vlees.

Bij graad 1 is goede verzorging meestal genoeg. Bij graad 2 en 3 is er een behandeling nodig. Wat je arts dan doet, lees je op de pagina Behandeling van nagelveranderingen en een ontstoken nagelwal.

Wanneer beginnen ze en hoe lang duren ze?

Nagelveranderingen ontstaan één tot twee weken tot enkele maanden na de start van de behandeling. Een donkere verkleuring komt vaak na één tot twee maanden, broze nagels na ongeveer drie maanden.

Een ontstoken nagelwal door doelgerichte therapie begint meestal vier tot acht weken na de start. Vaak is de grote teen het eerst aangedaan. Wild vlees ontstaat meestal één tot twee maanden na de start. Bij immunotherapie ontstaan de veranderingen meestal pas na maanden, samen met of na een huiduitslag.

Een nagel groeit langzaam. Een vingernagel groeit in ongeveer zes maanden helemaal uit, een teennagel in twaalf tot achttien maanden. Tijdens de behandeling groeien nagels vaak nog langzamer.

De meeste veranderingen herstellen geleidelijk na het einde van de behandeling, doordat de nagel uitgroeit. Verkleuringen, ribbels en lijnen schuiven mee naar de rand van de nagel, en daar knip je ze uiteindelijk af. Vaak zie je aan de basis al een gave nagel, terwijl het beschadigde deel nog naar voren groeit. Sneller laten herstellen kan niet.

Bij doelgerichte therapie houden de veranderingen soms lang aan. Bij een deel van de mensen groeit de nagel blijvend anders terug, vooral na een lange behandeling. De nagel blijft dan broos, of wordt dik en brokkelig.

Wat kun je zelf doen?

Vraag je behandelteam vóór de start of jouw medicijnen nagelveranderingen kunnen geven. Vraag ook wat je kunt doen om ze te voorkomen en wanneer je moet bellen. Bekijk je handen en voeten elke dag.

Nagelveranderingen zijn niet altijd te voorkomen. Met goede verzorging kun je wel ernstige schade voorkomen en lichte veranderingen onder controle houden. De basis is: houd je nagels schoon, kort en recht, smeer je handen, nagels en nagelriemen in, en bescherm ze tegen druk, water en beschadiging.

Meld veranderingen aan je nagels vroeg. Je arts of verpleegkundige kan ze dan op tijd behandelen, zodat je behandeling tegen kanker zo veel mogelijk zonder aanpassing kan doorgaan.

Hoe je je nagels verzorgt en beschermt, lees je op de pagina Nagels verzorgen en beschermen tijdens de behandeling. Wat je arts doet bij een ontstoken nagelwal of een infectie, lees je op de pagina Behandeling van nagelveranderingen en een ontstoken nagelwal.

Bij de pedicure, manicure of nagelstyliste

Vertel je pedicure, manicure of nagelstyliste dat je een behandeling tegen kanker krijgt. Zij ziet je nagels vaak van dichtbij en merkt een verandering soms als eerste op. Bij pijn, pus, een bloeding onder de nagel, een loslatende nagel of een ontstoken nagelwal behandelt zij die nagel niet en stuurt zij je door naar je behandelteam.

Een nieuwe donkere streep in een nagel meldt zij aan je arts. Tijdens de behandeling kun je voor je voeten en nagels terecht bij een medisch pedicure oncologie. Lees meer op de pagina Voetzorg.

Wanneer bel je je behandelteam?

Ben je nog onder behandeling, bel dan je behandelteam of de oncologieverpleegkundige. Is je behandeling langer geleden afgerond, bel dan je huisarts.

Bel direct het spoednummer van je behandelteam bij koorts of koude rillingen tijdens of kort na een chemokuur.

Bel dezelfde dag bij:

  • pus rond of onder de nagel, of vocht dat onaangenaam ruikt
  • een rode, warme of gezwollen nagelwal die pijn doet
  • een bloeding onder de nagel die pijn doet, of een loslatende nagel met bloeding
  • een groene verkleuring onder de nagel
  • blaasjes of zweertjes aan de nagelwal

Bel ook bij:

  • een nagel die loslaat
  • een bolletje aan de nagelwal dat snel groeit en gemakkelijk bloedt
  • een nieuwe donkere streep in één nagel, of een streep die breder wordt of verandert
  • pijn waardoor lopen of iets vastpakken moeilijk wordt

Folders en posters om te downloaden

Dr. Annemie Galimont maakte bij dit onderwerp een folder en drie posters. Je mag ze gratis downloaden, printen en meenemen naar je behandelteam of je pedicure.

Bronnen: folder Nagelveranderingen door behandelingen tegen kanker, posters 01, 02 en 03, folder Kleurveranderingen van huid, haar en nagels bij behandelingen tegen kanker, Richtlijn Medisch Pedicure Oncologie (hoofdstuk 18), e-book Oncologische huid- en voetzorg (versie 1.1), e-book Oncologische huidzorg ontcijferd, hoofdstuk 9 (Huidopleiding, 2026) en De HuidWijzer, hoofdstuk 1 tot 5 (Huidopleiding, 2026). Iorizzo M, et al. Nail toxicities associated with cancer therapies: insights and recommendations from the EADV Task Force Dermatology for Cancer Patients. J Eur Acad Dermatol Venereol 2026;40(2):185-198. Lacouture ME, et al. Prevention and management of dermatological toxicities related to anticancer agents: ESMO Clinical Practice Guidelines. Ann Oncol 2021;32(2):157-170.

Laatst inhoudelijk gecontroleerd: oktober 2026, door dr. Annemie Galimont, dermatoloog.

Artikelen in Nagelveranderingen door behandelingen tegen kanker