Haaruitval en haarveranderingen bij behandelingen tegen kanker

Behandelingen tegen kanker kunnen de haarwortels beschadigen. Al je lichaamshaar kan meedoen, ook je wenkbrauwen en wimpers. Het haar kan uitvallen, helemaal of in plekken, of dunner, droger, krulliger of anders van kleur worden. Haaruitval heet ook alopecia.

Meestal is haaruitval tijdelijk en groeit het haar na de behandeling terug. Op deze pagina lees je waarom het haar verandert, wat er per behandeling gebeurt, wat hoofdhuidkoeling kan doen, hoe je je haar en hoofdhuid verzorgt en wanneer je je behandelteam belt.

Folder om te downloaden en te printen:
Folder Haaruitval en haarveranderingen bij behandelingen tegen kanker

Waarom valt het haar uit?

Haar groeit vanuit de haarwortel. De cellen in de haarwortel delen snel. Ze zorgen voor de groei van het haar, voor de structuur en voor de kleur. Een haar groeit een tijd, rust dan en valt daarna vanzelf uit.

Chemotherapie remt cellen die snel delen. Daardoor treft ze vooral de haren die op dat moment groeien. Die vallen dan in korte tijd allemaal tegelijk uit. Andere medicijnen veranderen vooral de structuur, de dikte of de kleur van het haar.

Al het lichaamshaar kan meedoen: hoofdhaar, wimpers, wenkbrauwen, het haar op armen en benen, in de oksels en in de schaamstreek. Hoe en wanneer het haar verandert, verschilt per persoon en per behandeling.

Wat er per behandeling met je haar gebeurt

  • Chemotherapie via het infuus: het haar valt meestal twee weken na de eerste of tweede kuur uit, helemaal of in plekken. Meestal groeit het terug.
  • Hormonale therapie, zoals bij borstkanker: het haar wordt dunner op de kruin en bij de voorste haarlijn. Dat begint meestal na twee tot zes maanden, soms pas na jaren. Het haar valt zelden helemaal uit. Omdat de verandering de hele behandeling aanhoudt, kan ze veel invloed hebben op je leven.
  • Doelgerichte therapie: het haar wordt lichter, dunner, droger of krulliger. Het valt meestal niet helemaal uit. Wimpers en wenkbrauwen worden soms langer en dikker. Er kan ook ongewenste haargroei op de wangen ontstaan.
  • Bestraling van het hoofd: het haar valt tijdelijk uit op de bestraalde plek. Na een hoge of langdurige dosis kan dat blijvend zijn, vooral als de hoofdhuid tijdens de bestraling rood was, korsten had of pijn deed. Ook op andere bestraalde plekken, zoals de oksels of de benen, kan het haar uitvallen.
  • Immunotherapie: soms ontstaan kale plekken, of wordt het haar dunner of wit, vaak pas maanden na de start. Soms krijgt grijs haar juist weer kleur.

Chemotherapie die vaak haaruitval geeft, is onder meer cyclofosfamide, doxorubicine, epirubicine, fluorouracil, gemcitabine, ifosfamide, idarubicine, carboplatine, cisplatine, docetaxel en paclitaxel, en combinaties van middelen. Hormonale therapie die vaak dunner haar geeft, is onder meer anastrozol, letrozol, leuproreline en tamoxifen.

Doelgerichte therapie die vaak haarveranderingen geeft, is onder meer afatinib, erlotinib, cetuximab, panitumumab, osimertinib, ibrutinib, acalabrutinib, imatinib, nilotinib, dasatinib, sorafenib, regorafenib, trametinib, binimetinib, cobimetinib, vemurafenib, dabrafenib, encorafenib, vismodegib en sonidegib.

Artsen delen haaruitval in twee graden in:

  • Graad 1: minder dan de helft van je haar is uitgevallen. Van een afstand valt het niet op.
  • Graad 2: de helft van je haar of meer is uitgevallen. Je hebt een haarwerk of hoofdbedekking nodig.

Over haar dat lichter of wit wordt, lees je meer op de pagina Kleurveranderingen. Over de huidreactie op een bestraalde hoofdhuid lees je meer op de pagina Huidreactie door bestraling.

Hoofdhuidkoeling bij chemotherapie

Voor de meeste behandelingen bestaat geen manier om haaruitval te voorkomen. Alleen bij chemotherapie is er een mogelijkheid: hoofdhuidkoeling. Je draagt dan een koude kap. Door de kou worden de bloedvaten in de hoofdhuid nauwer, zodat er minder medicijn bij de haarwortels komt. Het koelen begint ongeveer een half uur vóór het infuus, loopt door tijdens het infuus en gaat daarna nog 20 minuten tot tweeënhalf uur door, afhankelijk van het middel. Je behandelteam vertelt hoe lang het bij jou is.

Bij 50 tot 65 van de 100 mensen met borstkanker werkt het: ze hebben geen haarwerk nodig. Volgens internationale experts verkleint koelen ook de kans op aanhoudende haaruitval.

Koelen werkt beter bij taxanen, zoals docetaxel en paclitaxel. Het werkt minder goed als een antracycline, zoals doxorubicine of epirubicine, samen met een taxaan of cyclofosfamide wordt gegeven.

Hoofdhuidkoeling is niet geschikt bij:

  • kanker van het bloed, het beenmerg of de lymfeklieren
  • overgevoeligheid voor kou, of een ziekte waarbij het bloed op kou reageert, zoals koude-agglutinineziekte of cryoglobulinemie
  • bestraling van de hele hersenen na de chemotherapie

De meeste mensen verdragen koelen goed; hoofdpijn en het koud hebben komen het vaakst voor. Vraag je behandelteam of koelen beschikbaar is en of het bij jouw chemotherapie kan werken.

Het resultaat verschilt per soort chemotherapie en per persoon, en is vooraf niet te voorspellen. Zoek daarom vóór de start toch een haarwerk uit. Valt de eerste kuur tegen, stop dan niet meteen: het effect is meestal pas na de tweede kuur te beoordelen.

Haar en hoofdhuid verzorgen

Als je haar uitvalt of verandert, is het kwetsbaar en kan je hoofdhuid gevoeliger worden. Met deze adviezen breekt je haar minder snel en blijft je hoofdhuid rustig.

  • Je mag je haar zo vaak wassen als je wilt. Twee tot drie keer per week is aan te raden, met lauw water.
  • Kam of borstel je haar voorzichtig vóór het wassen.
  • Breng shampoo aan van de wortel naar de punt en conditioner in de omgekeerde richting. Leg je haar bij het wassen niet boven op je hoofd, dat geeft klitten.
  • Dep je haar droog met een zachte handdoek. Zo voorkom je dat het breekt.
  • Föhn op een gemiddelde stand en vermijd hitte, strakke kapsels en trekken aan je haar.
  • Gebruik een zachte, gladde kussensloop.
  • Is je hoofdhuid kaal, rood of pijnlijk? Gebruik dan een milde shampoo, zoals een babyshampoo of een product voor de gevoelige hoofdhuid.
  • Bescherm je hoofdhuid buiten tegen zon en kou, met een zonnebrandmiddel, hoed, muts, sjaal of haarwerk.
  • Biotine en andere supplementen hebben geen aangetoond nut. Biotine kan bloedtesten verstoren, en supplementen kunnen de werking van medicijnen beïnvloeden. Meld supplementen daarom aan je behandelteam.
  • Laat je niet leiden door het woord natuurlijk op verzorgingsproducten: zulke producten zijn niet veiliger of werkzamer dan gewone producten.

Vier pictogrammen: een zachte haarborstel, een milde shampoo, een vrouw met een gebreide muts en een zonnehoed

Voor verven, blonderen, permanenten en ontkrullen geldt:

WanneerAdvies
Vóór de chemotherapieWil je verven, blonderen of permanenten? Doe dat vóór de start. Je haar groeit daarna langzamer, dus uitgroei zie je pas later.
Tijdens de chemotherapieNiet verven met producten met ammoniak of waterstofperoxide, en niet blonderen, permanenten of ontkrullen. Een milde kleurspoeling zonder ammoniak en waterstofperoxide kan wel, als je hoofdhuid heel is. Laat eerst een allergietest doen.
Na de chemotherapieWacht zes maanden met verven met ammoniak of waterstofperoxide, blonderen, permanenten en ontkrullen. Een milde kleurspoeling zonder die stoffen kan wel, als je hoofdhuid heel is. Laat altijd eerst een allergietest doen, ook bij een product dat je al kent.
Bij hormonale of doelgerichte therapie en immunotherapieVerven kan als je dat gewend bent, je haar lang genoeg is en je hoofdhuid niet droog is, niet jeukt en niet geïrriteerd is. Laat eerst een allergietest doen.

Je haar groeit tijdens de chemotherapie langzamer. Verf je vóór de start, dan zie je de uitgroei pas later. Verandert je haar, vermijd dan hitte en trekken aan je haar.

Wenkbrauwen en wimpers

Bij chemotherapie kunnen ook wenkbrauwen en wimpers uitvallen. Ze blijven vaak wat langer zitten dan het hoofdhaar. Een schoonheidsspecialist kan helpen met bijtekenen, bijvoorbeeld met een zacht potlood, en met make-up.

Bij doelgerichte therapie, zoals met een EGFR-remmer, kunnen de wimpers lang worden en gaan krullen. Lange wimpers kunnen je ogen irriteren. Laat ze bijknippen en trek ze niet uit.

Teruggroei en aanhoudende haaruitval

Na chemotherapie begint je haar meestal twee tot drie maanden na de laatste kuur weer te groeien. Het groeit ongeveer een centimeter per maand. Bij ongeveer 65 van de 100 mensen is het nieuwe haar anders van kleur of structuur. Het kan bijvoorbeeld lichter, dunner of krulliger zijn.

Is je haar zes maanden na de laatste kuur niet goed terug? Dan heet dat aanhoudende haaruitval. Dat is zeldzaam en komt vooral voor na borstkanker en na een stamceltransplantatie. Ook na bepaalde taxanen en na hoge doses komt het vaker voor.

Laat je dan onderzoeken door een dermatoloog. Volgens internationale experts werkt behandeling beter als die vroeg begint. De dermatoloog kan minoxidil voorschrijven, ook bij dunner haar tijdens hormonale of doelgerichte therapie.

Gebruik een middel tegen haaruitval alleen na overleg met je arts. Dat geldt ook voor middelen die beloven dat je haar sneller teruggroeit. Finasteride en dutasteride worden afgeraden bij hormoongevoelige borstkanker.

Maak vóór de start foto's van je haar en hoofdhuid. Die helpen de dermatoloog als je haar later niet goed terugkomt.

Haarwerk en hoofdbedekking

Zoek een haarwerk of pruik bij voorkeur vóór de start uit. Dan passen kleur en model het best bij je eigen haar. Een haarwerkspecialist helpt je daarbij, en een haarwerk wordt deels vergoed uit de basisverzekering. De haarwerkspecialist helpt ook bij de aanvraag van de vergoeding en past het haarwerk tijdens de behandeling zo nodig aan. Ook mutsjes en sjaals zijn een mogelijkheid.

Voor veel mensen is haaruitval een van de zwaarste bijwerkingen. Het is zichtbaar en raakt aan hoe je jezelf ziet. Valt het je zwaar, bespreek dat dan met je behandelteam. Ook lotgenoten kunnen steun geven. Er zijn veel manieren om haaruitval te camoufleren en ermee om te gaan.

Meer lezen: Haaruitval en veranderingen aan je haar (kanker.nl)

Bij de kapper of schoonheidsspecialist

Vertel je kapper, haarwerkspecialist of schoonheidsspecialist dat je een behandeling tegen kanker krijgt. Zij kunnen je op deze manieren helpen:

  • De kapper geeft advies over zacht wassen, deppend drogen en voorzichtig zijn met föhnen, kleuren en stylen. De kapper kan je haar vóór de behandeling korter knippen. Op een gevoelige hoofdhuid doet de kapper geen chemische behandelingen.
  • De schoonheidsspecialist helpt bij het verlies van wenkbrauwen en wimpers, met bijtekenen, camouflage en advies over make-up. Bij een ontstoken huid doet de schoonheidsspecialist geen permanent, verf of epileren.
  • De huidtherapeut begeleidt je bij klachten van de hoofdhuid en de huid, en helpt met camouflage. De huidtherapeut adviseert geen middelen tegen haaruitval.

Ziet een van hen kale plekken met roodheid of schilfering, of is je haar zes maanden na de behandeling niet terug? Dan sturen ze je door naar je arts of de dermatoloog.

Wanneer bel je je behandelteam?

Neem contact op met je behandelteam bij:

  • een pijnlijke, rode of korstige hoofdhuid
  • kale plekken met roodheid of schilfering
  • haar dat zes maanden na de laatste behandeling niet is teruggegroeid
  • haar dat dunner wordt tijdens hormonale of doelgerichte therapie
  • haaruitval die je psychisch zwaar valt

Tijdens de behandeling is je behandelteam je eerste aanspreekpunt. Na de behandeling is dat je huisarts.

Folders om te downloaden

Dr. Annemie Galimont schreef bij dit onderwerp een folder. Ook in de folder over kleurveranderingen staat informatie over je haar. Je mag ze gratis downloaden, printen en meenemen naar je behandelteam.

Bronnen: folder Haaruitval en haarveranderingen bij behandelingen tegen kanker, bewerking van de patiëntenfolder van de EADV Task Force Dermatology for Cancer Patients (2022) (Huidopleiding, 2026); folder Kleurveranderingen van huid, haar en nagels bij behandelingen tegen kanker; e-book Oncologische huidzorg ontcijferd, hoofdstuk 6, 7 en 10 (Huidopleiding, 2026); De HuidWijzer (Huidopleiding, 2026). Lacouture ME, et al. ESMO Clinical Practice Guidelines dermatological toxicities. Ann Oncol 2021;32:157-170. Freites-Martinez A, et al. Expert consensus for prevention, diagnosis and management of persistent chemotherapy-induced alopecia. J Eur Acad Dermatol Venereol 2025;39:2039-2046. CTCAE versie 6.0 (National Cancer Institute, 2025).

Laatst inhoudelijk gecontroleerd: oktober 2026, door dr. Annemie Galimont, dermatoloog.